donderdag 2 oktober 2008

Take care.

Het is bijna een half jaar geleden. Een herinnering alsof het gisteren was. In de zon zat ik, koesterde een moment van aards geluk. Toen kreeg ik haar bericht.

Ik vond mijn kleine broer, zijn polsen doorgesneden, in zijn auto die ook vol bloed hing. Hij smeekte om geen hulp te halen, maar dat heb ik wel gedaan. Nu zijn ze met hem bezig.

Dat was alles. Mijn jonge collega in zak en as. Ik belde haar, maar kreeg geen antwoord. Het verhaal kwam de dag nadien. Hij woonde al een tijd terug bij zijn vader, met twee kindjes. Zijn jongere vrouw zag het niet meer zitten. Nu hij dus ook niet meer. Het was een pijnlijke periode waar de diagnose ' manisch depressief ' gesteld werd.

Zij zijn beiden opgegroeid met een moeder die vluchtte in de veiligheid van haar bed. Ook zij kon het leven niet aan. Daarom kiest deze jonge vrouw nu voor een leven zonder kinderen. Uit angst. Gaandeweg werd ik een beetje haar vertrouwenspersoon op het werk en kon ik af en toe ook begrijpen. Begrijpen hoe die kleine broer zo diep weg kon zinken.

Op dit moment zit de kleine broer in een manische periode. Hij liet zijn haar afscheren. Heeft de liefde van zijn leven in de psychiatrie gevonden. Al zijn geld uitgegeven aan een bouwgrond die nu ligt te verwilderen. Wilde plannen razen door zijn hoofd. Cadeautjes kopen voor iedereen is een obsessie geworden. Hij kocht voor zijn zus een abonnement in de schouwburg. Vanavond moet ze dus mee naar Bart Peeters. Ze vindt het niet leuk. Ik herken mijn broer niet meer, mijmert ze. De medicatie en de afwisselende periodes maken van hem een ander mens.

Ze schrikt als ik zeg dat we ook gaan. Met hem erbij kom ik liever niemand tegen, je weet nooit waar je je aan kan verwachten. Ze excuseert zich nu al voor eventueel ongepast gedrag. Maak je daar geen zorgen over en probeer er van te genieten, zeg ik bij het afscheid.
Ik gun het haar van harte...

2 opmerkingen:

veerle zei

Je bezorgt me weer rillingen.

Hannah zei

Hopelijk neemt BP haar gedachten even mee op zijn reis.