Op het einde van de eerste straat woont een kleine dame. In een minihuisje met een dito tuintje. Ze schildert eigenhandig het huisje wit, om maar een idee te geven hoe klein het werkelijk is. Ze waren vele jaren enkel in de winter thuis. In de zomer reden ze met hun zelfgemaakte paardenmolen doorheen het hele kermisland. Haar man stierf negen jaar geleden. Nu leeft ze van haar kermisherinneringen.
Door het enige raampje kijk ik binnen en zie veel licht. Licht als in ‘grote kerstboom’ licht. Dan zie ik het. Het haar op mijn armen komt zachtjes omhoog.
Ze heeft een miniversie van hun paardenmolen op tafel staan. Lichtgevend maakt het rondjes. In de schaduw van het licht zie ik haar staan kijken en ik kan ook maar niet verder gaan en draai mee rondjes. De viervoeter snapt het weer niet.
Het ging niet uit mijn gedachten en vanavond riskeerde ik het en drukte op het belletje aan haar deurtje.
Zie hier. Hoe mooi. En haar verhalen en dat koffieke en chocolaatje. Zalig.